Kerndoelen

Binnen deze minor heb ik doelgericht gewerkt aan alle kerndoelen van Digitale Geletterdheid. Daarbij heb ik mij niet alleen gericht op de hoofdlijnen, maar ook verdiept in de bijbehorende subdoelen. Deze verdieping heeft mij geholpen om een beter en breder begrip te ontwikkelen van digitale geletterdheid in de onderwijspraktijk.

De kerndoelen vormden gedurende de gehele minor een samenhangend uitgangspunt. Zij fungeerden als leidraad en waren voortdurend verbonden met zowel de lessen die ik zelf heb gevolgd als de lessen die ik heb ontworpen en uitgevoerd. Op deze manier waren theorie en praktijk steeds nauw met elkaar verweven.

Hieronder worden alle kerndoelen afzonderlijk beschreven. Per kerndoel licht ik toe op welke wijze ik hieraan heb gewerkt en welke ontwikkeling ik daarin heb doorgemaakt. Daarbij staat mijn professionele groei centraal, zowel op het gebied van kennis als van didactische en pedagogische vaardigheden binnen Digitale Geletterdheid.

KERNDOEL 22: DE LEERLING ZET DIGITALE TECHNOLOGIE EN MEDIA IN.

22A: DIGITALE SYSTEMEN

Om te werken aan kerndoel 22A is het belangrijk dat leerlingen en leraren ervaring opdoen met verschillende digitale systemen en deze doelgericht leren gebruiken. Volgens SLO (z.d.) gaat het hierbij om het effectief inzetten van digitale technologie binnen betekenisvolle leercontexten.

In mijn beroepspraktijk geef ik hier invulling aan door interactieve lessen te ontwerpen en uit te voeren met digitale leermiddelen zoals LessonUp, Kahoot en Gynzy. Binnen het vak Engels zorg ik voor extra variatie door gebruik te maken van toepassingen zoals Quick, Draw!. Door deze middelen in te zetten, vergroot ik de betrokkenheid van leerlingen en stimuleer ik actieve deelname aan de les.

Tijdens de lessen werk ik met het digibord en de computer, terwijl leerlingen gebruikmaken van iPads of Chromebooks. Ik begeleid hen in het gebruik van deze digitale systemen en stimuleer samenwerking, zodat zij niet alleen digitale vaardigheden ontwikkelen, maar ook leren van en met elkaar.

Daarnaast werk ik zelf met nieuwe digitale systemen, zoals deze website. Door deze actief te gebruiken binnen mijn leerproces, vergroot ik mijn eigen digitale competenties en blijf ik mij ontwikkelen als toekomstig leerkracht.

22B: DIGITALE MEDIA EN INFORMATIE

Tijdens de lessen is uitgebreid aandacht besteed aan het gebruik van digitale media en de betrouwbaarheid van nieuwsberichten. Daarbij stond centraal hoe kan worden vastgesteld of informatie daadwerkelijk betrouwbaar is, of dat er sprake is van misleidende of onjuiste berichtgeving.

Om de betrouwbaarheid van informatie te beoordelen, heb ik geleerd om verschillende controlecriteria toe te passen. Zo is het belangrijk om de bron en de auteur te onderzoeken, te kijken naar de datum en de actualiteit van het bericht, en aandacht te hebben voor het taalgebruik en de schrijfstijl. Daarnaast spelen controleerbare feiten een belangrijke rol en is het essentieel om na te gaan of meerdere, onafhankelijke bronnen het bericht bevestigen.

Wanneer het gaat om door AI gegenereerde afbeeldingen of video’s, is het extra belangrijk om alert te zijn op kleine details die vaak niet kloppen, zoals onnatuurlijke verhoudingen, afwijkende schaduwen of onlogische bewegingen. Door hier kritisch naar te kijken, kan de betrouwbaarheid van digitale content beter worden ingeschat.

22C: DATA

Binnen deze minor is uitgebreid stilgestaan bij kunstmatige intelligentie en de rol die gegevens daarbij spelen. Digitale gegevens ontstaan uit grote hoeveelheden bestaande informatie en vormen samen de basis waarop AI-systemen functioneren. Door het analyseren en combineren van deze gegevens kan AI reageren op vragen en opdrachten die worden ingevoerd.

Bij elk gebruiksmoment worden systemen verder verrijkt met nieuwe informatie, waardoor de onderliggende gegevensverzamelingen steeds groter en verfijnder worden. Dit proces draagt bij aan het verbeteren van de kwaliteit en nauwkeurigheid van de gegenereerde uitkomsten.

Daarnaast is er aandacht besteed aan het verzamelen, ordenen en bewerken van gegevens met behulp van digitale hulpmiddelen. Programma’s zoals spreadsheetsoftware maken het mogelijk om informatie gestructureerd vast te leggen in tabellen en kolommen, zodat data overzichtelijk kan worden geanalyseerd en toegepast binnen onderwijs- en leerprocessen.

22D: ARTIFICIËLE INTELLIGENTIE (AI)

Tijdens deze minor heb ik mijn kennis en inzicht in het gebruik van kunstmatige intelligentie aanzienlijk verdiept. Daarbij heb ik niet alleen geleerd op welke manieren AI kan worden ingezet, maar ook welke aandachtspunten en beperkingen daarbij komen kijken. AI zie ik daarbij nadrukkelijk als een ondersteunend hulpmiddel: een digitale gesprekspartner die kan meedenken en kan bijdragen aan het verbeteren en professionaliseren van teksten, maar nooit als vervanging van eigen kritisch denken.

Binnen de lessen heb ik met name geleerd hoe AI kan worden ingezet bij het zoeken en selecteren van relevante bronnen. Deze vaardigheid heb ik toegepast bij het verzamelen van informatie voor deze website en bij diverse andere studieopdrachten. Hierdoor is mijn onderzoeks- en werkproces efficiënter en doelgerichter geworden.

Een belangrijke leerervaring uit deze minor is het belang van het formuleren van duidelijke en gerichte prompts. Hoe concreter de opdracht, hoe beter de gegenereerde output. Daarnaast heb ik geleerd om kritisch te blijven door vervolgvragen te stellen en de resultaten van een chatbot altijd te controleren op juistheid en betrouwbaarheid.

 

KERNDOEL 23: DE LEERLING CREËERT DIGITALE PRODUCTEN

23A: CREËREN MET DIGITALE TECHNOLOGIE

Tijdens de lessen is veel gewerkt met het creëren van content met behulp van AI. Daarbij is uitgebreid stilgestaan bij de vraag wat wel en niet toegestaan is. Zo is er aandacht besteed aan het correct vermelden van bronnen, zoals ook op deze website gebeurt. Hiervoor wordt gebruikgemaakt van de APA-richtlijnen, waarmee zorgvuldig wordt omgegaan met auteursrechten en intellectueel eigendom.

Daarnaast is er aandacht besteed aan digitale verantwoordelijkheid. Bij het gebruik van internet en AI is het belangrijk om bewust na te denken over wat wordt gecreëerd, gedeeld en ingevoerd. Door hier kritisch en zorgvuldig mee om te gaan, wordt verantwoord digitaal gedrag gestimuleerd.

23B: PROGRAMMEREN

Gedurende deze minor is op meerdere momenten aandacht besteed aan programmeren. Hierbij is gewerkt met verschillende programmeertools en op diverse niveaus, afgestemd op de leeftijd en ontwikkeling van leerlingen. Dit heeft mij inzicht gegeven in hoe programmeren stapsgewijs kan worden opgebouwd binnen het primair onderwijs.

Voor jonge leerlingen kan programmeren op een toegankelijke manier worden aangeboden met materialen zoals de Bee-Bot. Door hiermee te werken leren kinderen handelingen logisch te ordenen en vooruit te denken: als ik deze knop indruk, volgt deze actie. Op deze manier maken zij spelenderwijs kennis met de basisprincipes van programmeren. Bovendien komen zij in aanraking met het begrip debuggen, waarbij zij stap voor stap terugkijken om te ontdekken waar een fout in de instructies zit.

Tijdens de lessen zijn verschillende activiteiten uitgevoerd om programmeervaardigheden te ontwikkelen. Zo is programmeren geïntegreerd binnen andere vakgebieden, bijvoorbeeld door in een muziekles een kernliedje te programmeren met behulp van een micro:bit en bijbehorende instrumenten. Dit toont aan dat programmeren vakoverstijgend kan worden ingezet.

Onderzoek binnen het primair onderwijs laat zien dat programmeeractiviteiten bijdragen aan de motivatie, het probleemoplossend vermogen en de digitale vaardigheden van leerlingen. Daarnaast ervaren leerkrachten meer handelingsbekwaamheid wanneer zij programmeren structureel in hun lessen toepassen (Kennisnet, 2020). Hierbij blijft het echter essentieel dat leerkrachten beschikken over voldoende kennis en vaardigheden om kwalitatief goede programmeerlessen te kunnen verzorgen.

KERNDOEL 24: DE LEERLING PARTICIPEERT IN DE GEDIGITALISEERDE WERELD.

24A: VEILIGHEID EN PRIVACY

Tijdens de minor ben ik mij steeds bewuster geworden van het belang van privacy en gegevensbescherming binnen het onderwijs. Waar ik aanvankelijk vooral keek naar de praktische inzet van digitale middelen, realiseer ik mij nu dat scholen een grote verantwoordelijkheid dragen bij het zorgvuldig omgaan met gevoelige leerlinggegevens. Ik heb geleerd dat het gebruik of delen van foto’s van kinderen niet vanzelfsprekend is en altijd duidelijke afspraken en toestemming vereist (Autoriteit Persoonsgegevens, 2022). Daarnaast begrijp ik beter welke risico’s verbonden zijn aan onzorgvuldig datagebruik en hoe technische en organisatorische maatregelen nodig zijn om zowel leerlingen als collega’s te beschermen. Deze ontwikkeling heeft mijn professionele houding versterkt: ik ben kritischer gaan kijken naar digitale processen binnen de school en handel bewuster in het belang van de privacy van leerlingen en ouders.

 

24B: DIGITALE TECHNOLOGIE, JEZELF EN DE ANDER

Binnen dit doel heb ik vooral groei doorgemaakt door mij inhoudelijk te verdiepen in mediawijsheid bij kinderen. Hierbij heb ik geleerd hoe leerlingen op een veilige en verantwoorde manier digitale media kunnen gebruiken en welke rol de leerkracht daarbij heeft. Cyberpesten is hierbij één van de aandachtspunten: het is belangrijk om signalen te herkennen en kinderen te begeleiden in het respectvol omgaan met elkaar online. Door literatuur en richtlijnen van het Nederlands Jeugdinstituut te bestuderen, heb ik inzicht gekregen in hoe reflectie op eigen gedrag en het creëren van een veilig pedagogisch klimaat bijdragen aan het bevorderen van mediawijsheid en het voorkomen van online problemen (Nederlands Jeugdinstituut, 2023). Deze kennis helpt mij nu bewustere keuzes te maken in hoe ik digitale media inzet en bespreekbaar maak in de klas, zodat leerlingen zowel vaardig als kritisch leren omgaan met technologie.

24C: DIGITALE TECHNOLOGIE, SAMENLEVING EN DE WERELD

Bij dit doel heb ik mijn inzicht vergroot in de invloed van sociale media op kinderen en jongeren, zowel nu als in de toekomst. Door het bestuderen van onderzoek ben ik mij bewuster geworden van de relatie tussen online gedrag, pesten en het mentale welzijn van leerlingen. Zo laat onderzoek van van Dijk (2021) zien dat zowel traditioneel pesten als cyberpesten samenhangen met verhoogde stress en emotionele problemen bij kinderen en adolescenten. Deze bevinding benadrukt dat digitale media niet losstaan van sociaal-emotioneel welzijn en dat hier bewust mee omgegaan moet worden.

In mijn professionele ontwikkeling neem ik daarom mee dat mediawijsheid verder gaat dan alleen het ontwikkelen van digitale vaardigheden. Het betekent ook aandacht hebben voor welzijn, sociale relaties en preventie, zodat leerlingen veilig en verantwoord online kunnen handelen. Deze inzichten helpen mij om kinderen niet alleen digitaal vaardig, maar ook sociaal weerbaar te begeleiden.